Hoogbegaafdheid en Versnelling: een beetje vreemd maar wel leuk

Referentie

DE RAAD N. & HOOGEVEEN L. Hoogbegaafdheid en versnelling: een beetje vreemd maar wel leuk. In: Talent, jg 6, nr 1, 2004

Synthese

In dit artikel is onderzoek gedaan naar hoe docenten denken over hoogbegaafdheid weten. Volgens het “Meer-Factoren-Model van hoogbegaafdheid” van Mönks wordt hoogbegaafdheid besproken aan de hand van zes factoren: hoge intellectuele capaciteiten, creativiteit, motivatie, goede interactie met het gezin, goede interactie met de school en goede interactie met vrienden. Men deed ook onderzoek naar de invloed van de docenten op de leerlingen. In de scholen waar onderzoek gedaan werd was minstens één hoogbegaafde aanwezig. De participerende scholen kregen enquêtes die ze moesten invullen. Later kregen ze mondelinge en / of schriftelijke uitleg.

De docenten beschreven hoogbegaafdheid niet volgens het model van Mönks. De docenten beweerden de stelling te kennen maar beschreven de term toch als een hoog IQ en sociaal gebrekkig. Er wordt veel aandacht gehecht aan sociale en emotionele aspecten, net zoals in het “Multidimensional Model of Giftedness and Talent” van Heller. Buiten intelligentie worden in dit model ook vijftal andere dimensies met betrekking tot talent besproken. Dit model is binnen het onderwijs goed hanteerbaar. Heller toont ook aan dat prestaties niet alleen afhangen van capaciteiten, maar ook beïnvloed worden door omgeving.

Uit de resultaten blijkt dat de mondelinge en schriftelijke uitleg het meest effectief is. Door informatieverstrekking zullen de houdingen van docenten tegenover de hoogbegaafde leerlingen veranderen. Er moet in de toekomst nog veel meer informatie verstrekt worden. Het nodige specialisme zal moeten ontwikkeld en uitgebreid worden. Dit begint bij een goede voorlichting. Om het onderwijs beter af te kunnen stemmen op de groep hoogbegaafden is de consensus met betrekking tot hoogbegaafdheid een voorwaarde.

Context

Het is een artikel uit het vaktijdschrift Talent. Het is een toonaangevend onafhankelijk tijdschrift over hoogbegaafdheid. In dit tijdschrift wordt u op de hoogte gehouden van de laatste ontwikkelingen op gebied van opvoedkunde en onderwijskundige zorg voor hoogbegaafden. Lesmethoden en verrijkingsmateriaal, (wetenschappelijke) onderzoeken, ervaringen in het buitenland, politieke besluitvorming, congressen en symposia en vakliteratuur worden besproken in Talent.

Auteur

De auteurs van dit artikel zijn Nielske de Raad en Lianne Hoogeveen. De Raad studeerde Orthopedagogiek aan de KUN. Lianne Hoogeveen is werkzaam als onderzoeker bij het CBO.
Een ander artikel van Lianne Hoogeveen is: Klas overslaan geeft problemen in de brugklas.

De structuur

De pagina’s zijn ingedeeld in drie kolommen. De tussentitels staan vet gedrukt, in een groter lettertype. De inleiding is in hetzelfde lettertype getypt als de tussentitels. Deze structuur is duidelijk en logisch opgesteld
De tussentitels zijn:
- Het onderzoek
- Wat is hoogbegaafdheid?
- Heeft het verstrekken van infromatie zin?
- Wat betekent dit voor de toekomst?
- Literatuur.
De voetnoten worden opgenomen in de tekst. Dit is zeer handig, zo hoef je niet onderaan de tekst gaan zoeken wat de voetnoot betekent.

Specialisten

Mönks
Heller
Ypenburg
Ziegler

Mijn vragen aan enkele specialisten:
Mönks: Hoe heeft u bepaald welke elementen hoogbegaafdheid omschrijven?
Heller: Waarop heeft u uw theorie gebaseerd?
Mönks en Heller: Zijn jullie akkoord met elkaars theorieën?

Definities en moeilijke woorden

Traiadisch Interpedentie Model: De vroegere benaming van het Meer - Factoren - Model
Gymnasia: betrekking hebbend, ertoe behorend
Cognitie: het vermogen iets te leren
Curriculum: een leerplan
Consensus: overeenstemming van gevoelens of opvattingen

Bronnen

Mijn keuze:

Hieronder zijn er enkele interessante bronnen:

- Dusek, J.B. (1985). Teacher expectancies. Hillsdale, NJ: Erlbaum.

- Mönks, F.J. & Ypenburg, I.H. (1987). Hoogbegaafde kinderen op de basisschool. School, 3 32 – 44

Overige bronnen:

- Daurio, S.P. (1979). Educational enrichement versus acceleration. A review of the literature. In: W.C. George, S.J. Cohn & J.C. Stanley (Eds.). Eucating the gifted: acceleration and enrichement (pp. 13-63). London: John Hopkins University Press

- Gallagher, J.J. (1985). Teaching the gifted. (3rd ed.). Boston: Allyn and Bacon.

- Mönks, F.J. (1988). De rol van de sociale omgeving in de ontwikkeling van het hoogbegaafde kind. In: G. Kanselaar, J. van der Linden & A. Pennings (Eds.). Begaafdheid: onderkenning en beïnvloeding (pp. 89-101). Oxford: Pergamon.

- Raad, J.W.J. de (2002). Versnelde leerlingen in het voortgezet onderwijs. Het effect van informatieverstrekking op overtuigingen en houdingen van docenten. Scriptie voor het Doctoraalexamen Orthopedagogiek. Nijmegem: Katholieke Universiteit Nijmegem, Vakgroep Orthopedagogiek: Leren & Ontwikkeling.

- Ziegler, A. & Heller, K.A. (2000). Conceptions of giftedness from a meta – theoretical perspective. In: K.A. Heller, F.J. Mönks, R.J. Sternberg & R.F. Subtonik (Eds). International handbook of giftedness and talent (2nd ed.) (pp. 3-21). Oxford: Pergamon

Unless otherwise stated, the content of this page is licensed under Creative Commons Attribution-ShareAlike 3.0 License